Jesper Oskam
22.09.2021

Taal die niet iedereen aanspreekt, kan dat nog?!

1907 Blogbeeld Jesper_Blogheader

Taal is iets moois. Het zorgt ervoor dat wij elkaar begrijpen en onszelf kunnen uiten. Bij RauwCC zijn we dagelijks bezig met taal, maar er is iets vreemds aan de hand. Onze taal, het Nederlands, verliest de meest belangrijke functie die het volgens mij heeft. Het spreekt personen niet meer aan. Alles en iedereen wordt in hokjes gestopt. Maar wat als je niet in een hokje past? Is het Nederlands nu verouderd? Moeten we een nieuwe taal verzinnen of valt het Nederlands nog te redden?

Voordat je mij belt dat er niets mis is met het Nederlands. Stil. Dat is ook niet wat ik schrijf. Er is zeker niets mis met het Nederlands, maar het kan wel beter. Ik heb een aantal handige tips voor je om inclusiever te kunnen schrijven. En geloof me, het is nog leuk ook!

Om te beginnen met die hokjes. Waarom zijn er nog steeds timmermannen en luizenmoeders? Mag een vrouw geen hout bewerken dan? Zeker wel. In plaats van timmerman kan je ook houtbewerker zeggen. En ik hoor je denken, er zijn toch al veel beroepen die anders genoemd worden? Klopt! Waar er vroeger nog naar secretaresses gezocht werd, wordt er nu gezocht naar administratief medewerkers.

Op steeds meer plekken wordt inclusieve taal gebruikt. Bijvoorbeeld de basisschool. Er wordt niet meer gesproken over jongens en meisjes, maar over kinderen. En die kinderen hebben ouders, geen vaders en moeders. Dat vinden we helemaal niet meer raar of bijzonder, maar heel normaal. Ook steeds meer beroepen zijn inclusief. Ook de omroepberichten van de NS zijn inclusiever en genderneutraler geworden. Tegenwoordig horen niet alleen dames en heren dat de trein vertraagd is, maar alle reizigers. Toen NS dit deed was er behoorlijk wat ophef, maar vier jaar later is het doodnormaal geworden.

Inclusief taalgebruik is dus vrij makkelijk. Maar, je moet er niet te makkelijk over denken. Een simpele hij/zij toevoegen volstaat niet. En als je woorden als medewerk(st)er of zhij gaan schrijven ben je af en mag je in de hoek gaan staan. Gelukkig heeft Mevrouw Alfabet een aantal handige tips waar ik compleet achter sta:

  1. Spreek iemand direct aan. Schrijf je een tekst waar de je de lezer direct wil aanspreken? Gebruik gewoon jij en je. Daarmee hoef je je hoofd niet te breken over hoe je zo inclusief mogelijk schrijft. Hoppa! Wil je toch liever wat netter zijn? Gebruik dan u.
  2. Gebruik zo veel mogelijk neutralere woorden, zoals bewoner, persoon of mensen. Dit werkt prima bij een zuster. Die wordt nu een verpleegkundige.
  3. Vermijd stereotypes. Niet iedere vrouw wil kinderen. Niet iedere homoseksuele man houdt van mode. Ze zijn gevaarlijk en je gebruikt ze sneller dan je denkt. Maar probeer er maar eens op te letten.

Nu je weet hoe je inclusiever kan schrijven neem ik je mee in het andere hot topic: genderneutraal taalgebruik. Yes! Wat dat is? Genderneutraal taalgebruik gaat voornamelijk over hoe je een persoon aanspreekt. En dat gaat verder dan gewoon hij of zij. In het Nederlands zijn er drie officiële voornaamwoorden. Hij/hem, zij/haar en hen/hun. Hen/hun? Ja. Dat gebruik je wanneer iemand zich niet als man of vrouw identificeert. Non-binair dus. Maar je hebt meer benamingen voor non-binaire personen. Sommige personen gebruiken die/diens. Maar hoe gebruik je deze? Het is gewoon het beste om te vragen hoe iemand aangesproken wil worden. Dan weet jij meteen hoe je iemand moet aanspreken en tegelijkertijd laat je zien dat je een ‘ally’ bent. Dat zal zeker wennen zijn en je zal een keer de fout in gaan. Maar dat hoort er voor nu bij. Maar als we niet nu beginnen dan blijft het vallen en opstaan.

Kortom, inclusief en genderneutraal taalgebruik is helemaal niet zo moeilijk. Het is gewoon een kwestie van doen. En wanneer moeten we het doen? Eigenlijk gisteren al. We leven in 2021 en we moeten niet meer zwart-wit denken. We moeten denken in de kleur van ons hart. Het is tijd dat we nu onze schouders eronder zetten. Het is tijd dat op het gebied van taal de ouderwetse hokjes verleden tijd zijn. En gelukkig kan dat. Taal is flexibel en het beweegt met de tijd mee. Nu wij nog. Wil jij ook meebewegen maar weet je niet waar je moet beginnen? Ik kijk graag met je mee. Kom je een bakkie doen?

Bel of mail ons!

Vragen over dit blog?
Neem contact op met:

Jesper